Doopsel, vormsel en eucharistie zijn de
verschillende fasen in het proces van de christelijke inwijding waardoor iemand
lid wordt van de Kerk.
Om verschillende redenen zijn deze drie
sacramenten in de loop van de geschiedenis uit elkaar komen te liggen, maar in
wezen horen ze bij elkaar.
Het sacrament van het doopsel is het intreden
in de familie van christenen.
Het vormselsacrament bevestigt dit
beginstadium van het christenzijn en is tegelijk een verdieping van het leven
als christen in de kerkgemeenschap.
In de eucharistie vieren we de volledige
deelname aan het leven in deze gemeenschap.
Deze drie inwijdingssacramenten vormen een
eenheid en vragen om een catechese-weg waarin men de Kerk en Christus beter
leert kennen. En het is daarom ook belangrijk dat tijdens de vormselcatechese
verwezen wordt naar de band met het doopsel en de eucharistie.
In de eerste christengemeenschap en eigenlijk
is dit nu nog altijd zo, moesten de kandidaten die wensten lid te worden van de
Kerk een ‘leertijd’ doormaken met een reeks van onderzoeken om
te zien of men voldeed.
Deze voorbereidingstijd werd (wordt) ook
gekenmerkt door een reeks van rituele vieringen waarbij de taak en de rol van
iedereen binnen deze gemeenschap heel sterk benadrukt werd. Deze vieringen
zijn: De
voorstelling van de kandidaten
De
naamopgave waardoor de kandidaten officieel werden opgenomen
en toegelaten tot het sacrament.
De
overhandiging van het kruis
De
overhandiging van het evangelie, de geloofsbelijdenis,
het
Onze Vader.
Deze rituelen waren (zijn) telkens een
bevestiging én een overgang naar een volgende fase en ze worden
(werden) gevierd samen met en in de plaatselijke gemeenschap.
Het is belangrijk dat we de ‘ritus van de
christelijke initiatie’ die verschenen is na het Tweede Vaticaans
Concilie herwaarderen… of misschien nu gaan ontdekken.
Het loont de moeite om deze tekst te
gebruiken als basis voor een catecheseprogramma rond het vormsel en om in dit
kader regelmatig tussentijdse vieringen in te bouwen waarbij heel de vierende
parochiegemeenschap betrokken wordt.
In de ‘Orde van dienst voor de viering van de
initiatie voor volwassenen en kinderen op schoolleeftijd’ (uitg. ICLZ 2001)
lezen wij:
+ De initiatie van de geloofsleerlingen
gebeurt door een groeiproces dat plaatsvindt te midden van de gelovige
gemeenschap. Samen met de geloofsleerlingen overwegen de gelovigen de grote
betekenis van het paasmysterie en hernieuwen zij hun eigen bekering.
Door hun voorbeeld brengen ze de
geloofsleerlingen ertoe om zich met meer edelmoedigheid door de heilige Geest
te laten leiden + (1,4)
Het is daarom goed én belangrijk dat
vormselkandidaten regelmatig worden uitgenodigd om in de christelijke
gemeenschap mee het geloof te komen vieren.
Op die manier leren zij meevieren, geraken ze
vertrouwd met woorden en symbolen.
Zo wordt ook zichtbaar dat ons vieren op
zondag een samenkomen is van een ‘familie van families’, van jong én oud, overtuigde én zoekende mensen.
En misschien groeit ook binnen de gelovige
gemeenschap stilaan het besef dat heel de gemeenschap en niet enkel de
catechisten, tegenover deze jonge mensen een verantwoordelijkheid draagt.
De gemeenschap neemt hen op, gaat met het mee
op weg en krijgt zo de kans om haar eigen geloof te verdiepen en intenser te
beleven.
De aanwezigheid van deze jonge christenen, op
weg naar het sacrament van het vormsel, daagt de gemeenschap én de
verantwoordelijken voor liturgie en catechese uit om te zoeken naar wegen – kleine initiatieven
–
die duiding geven aan wat we vieren en waarom we samenkomen.
Eucharistie vieren is immers een
zendingsopdracht om vanuit de gave van Christus, als getuigen van Hem het leven
en dus ook het geloof met elkaar te delen.
Een eenvoudig
getuigenis
Op de zondag dat de
ouders hun kind komen voorstellen als een kandidaat voor het vormsel werd aan
de aanwezigen in de kerk gevraagd of ze soms voor één van hen een ‘gebedsvriend’ wilde worden. D.w.z. dat ze zich engageren om
gedurende het komende jaar in hun persoonlijk gebed iemand van de jongeren een
bijzondere plaats te geven.
Ze kregen daarbij als
herinnering een kaartje met daarop naam en adres en een eenvoudig gebed.
Sommige van de gebedsvrienden schreven een kaartje naar hun vormselkandidaat,
er groeide zo een ‘onzichtbare maar soms
voelbare gebedsketting’.
Ook aan zieken van de
parochie werd gevraagd of ze zich bij dit initiatief wilden aansluiten.
Zij beleefden het
misschien nog het sterkst van al.
‘Ik
kan niet veel meer doen in de parochie maar dat kan ik nog en ik zal het met
hart en ziel doen’ schreef iemand
van hen aan haar vormeling. Er ontstond een (h)echte band tussen hun twee. De
vormeling sprong regelmatig eens binnen voor een praatje… jong en oud, de afstand is echt niet zo groot. Hun
geloof en hun leven raken elkaar.
De gemeenschapservaring – het Kerk zijn – die jongeren moeten
kunnen beleven tijdens hun catechesetijd, zal maar echt én gegrond zijn, als
ze aansluiting vindt bij de plaatselijke gemeenschap die op zondag samenkomt om
haar geloof te vieren in het luisteren naar Gods Woord en het delen in de
Eucharistie.
Bij de viering én voorbereiding van
het sacrament van het vormsel kan en mag de plaatselijke christelijke
gemeenschap zeker niet afwezig zijn.
Daarom is het zo belangrijk dat ‘tussentijdse
vieringen’ steeds gevierd worden binnen de ‘gewone zondagse
eucharistie’ en niet met de afzonderlijke groep van
vormselkandidaten.
Ze vragen niet om een aanpassing/verandering
van de hele viering, het voorgestelde ritueel wordt ingebouwd/ maakt deel uit
van de viering. Het geeft ook aan de voorganger de kans om bv. tijdens de
homilie een duiding te geven naar de gelovige gemeenschap bij één uitzicht van de viering (bv. rituelen rond het Woord, de
geloofsbelijdenis, het Onze Vader…)
Het vraagt om een beetje creativiteit… maar misschien nog
het meest om ‘durf ‘ en ‘geloof’ dat het iedereen rijker zal maken.
Aansluitend bij deze tussentijdse
vieringen (op de zondag zelf of in de loop van de week) kan er dan een
catechesemoment gepland worden waar verder ingegaan wordt op het ‘beleefde’.
Wat
is er gebeurd tijdens de viering?
Wat
heb ik daarbij gevoeld? Ervaren?
Waarom
was deze viering voor ons als vormselkandidaten belangrijk?
Welke
opdracht hebben wij er gekregen?
(doordenken
over de woorden van de geloofsbelijdenis, Onze Vader, …)
P.S. Als dit
catechesemoment aansluit bij de viering kan men eenzelfde/gelijklopend
programma aanbieden voor de geloofsvrienden, ouders, belangstellenden uit de
parochiegemeenschap.
Wat aangeboden wordt zijn suggesties voor deze tussentijdse
vieringen geïntegreerd in de ‘gewone’ zondagviering van de parochiegemeenschap.
Als richttijd stellen we voor:
Advent
Voorstelling
van de vormselkandidaten
Engagement
en toewijzing van ‘gebedsvrienden’
Kersttijd Overhandiging
van het evangelie
40dagentijd 2de
zondag = naamopgave – viering van de uitverkiezing
3de
zondag = overhandiging van de geloofsbelijdenis
4de
zondag = overhandiging van het Onze Vader
5de
zondag = overhandiging van het kruisje
Verder voorzien we in deze reeks nog een
boeteviering in de week voor de vormselviering.
+ We vestigen ook uw aandacht op het aanbod
‘WELKOM IN DE MIS
VOOR VORMELINGEN’.
Dit is een vormingsaanbod gegeven door Vic.
Bart Paepen, voor jongeren, catechisten, geloofsvrienden en ouders op
zaterdagnamiddag of zondagvoormiddag met aansluitend de eucharistieviering.
In dit ervarings-project worden liederen
aangereikt die gebruikt worden tijdens de tussentijdse vieringen én de vormselviering.
Samen met het aanleren van deze liederen biedt dit project een inzicht in de
betekenis ervan binnen de eucharistieviering.
Zo voorziet dit project een loflied (Eer aan God)
een
allelujalied bij het evangelie
een
amen als acclamatie bij de geloofsbelijdenis
en
de doxologie
een
hosanna-lied (heilig, heilig)
een
Geestlied
Aanvragen/afspraken
hiervoor kunnen gemaakt worden langs ann.joris1@skynet.be
Geen opmerkingen:
Een reactie posten